zondag 7 april 2013

Het verhaal van het Van Limburg-Stirumkanaal

Onze meest favoriete plek in de AWD is wel het Van Limburg Stirum kanaal. Dit is een uniek stukje duingebied waar je het gehele jaar van kunt genieten. Vandaag wandelen we door het kanaal met zijn prachtige natuur. De lucht boven het kanaal is in tweeën gedeeld. Als je in het midden van het kanaal staat dan is het aan de oostkant van het kanaal dicht bewolkt, terwijl in het westen alleen wat kleine wolkjes zijn te zien tegen een strak blauwe lucht. Heel apart, maar het levert wel weer heel verschillende foto's op. 

De Gelopen Route.


















Maar eerst even over de familie Van Limburg Stirum:
De graven van Limburg Stirum stammen af van de graven van Limburg aan de Lenne in Westfalen, dat aan de graven van Altena-Isenberg behoorde.
Diederik van Altena-Isenberg, zoon van Frederik van Isenberg en Sophie van Limburg, ontving in 1242 een deel van zijn vaders territorium. In 1289 bouwde hij een kasteel waaraan ook de naam Limburg werd verbonden. Voorts bezat hij onder meer de heerlijkheid Styrum.
Na de dood van Diederik I in 1301 deelden zijn zoons de bezittingen:
  • Johan kreeg Styrum
  • Eberhard I kreeg het graafschap Limburg (Lenne). Na het verwerven van Broich in 1372 wordt dit de tak Limburg-Broich (uitgestorven in 1511). Styrum werd na 1289 tot een bevestigd huis uitgebouwd en wordt in 1442 rijksleen genoemd.















Graaf Georg van Limburg Stirum huwt in 1539 met Irmgarde van Wisch, gravin van Bronkhorst. Zij is de erfgename van Wisch, Borculo, Wildenborch, Lichtenvoorde en Overhagen.
In 1591 huwt Joost van Limburg Stirum met Maria van Holstein-Pinneberg, de erfgename van de rijksheerlijkheid Gemen.
De zonen van Herman Otto van Limburg Stirum deelden na zijn dood in 1644 de bezittingen:
  • Otto van Limburg Stirum krijgt Bronkhorst en Borculo
  • Adolf Ernst van Limburg Stirum krijgt Gemen (uitgestorven 1800)
  • Maurits van Limburg Stirum krijgt Styrum (uitgestorven 1809)
De heerlijkheid Bronkhorst werd in 1721 verkocht door Maria van Limburg Stirum. In 1726 werd de heerlijkheid Borculo door graaf Leopold verkocht aan de graaf van Flodorf. Hiermee zijn de semi-onafhankelijke heerlijkheden (waardoor Limburg Stirum bijna een Reichsunmittelbare status had) voor de familie verloren. Weliswaar wordt Bronkhorst in 1792 weer aangekocht door Frederik Albert van Limburg Stirum, maar in 1803 volgde een publieke verkoop.


 












Alle nu levende leden van de familie stammen af van Otto Ernst Gelder (1685-1769). Hij was de stamvader van takken in Nederland, Duitsland, Zweden en België. De grafelijke status van het geslacht werd in 1812 door Napoleon bevestigd en in 1814 werd het in de adel van het Koninkrijk der Nederlanden ingelijfd (achternaam: van Limburg Stirum). De Belgische tak stamt af van Willem Bernard (1795-1889), een zoon van Samuel John van Limburg Stirum, en voert de achternaam de Limburg Stirum.
















Het Van Limburg Stirumkanaal is vernoemd naar deze familie. De familie was in de 19de eeuw de eigenaar van dit stuk van de AWD. De diepste delen van het kanaal zijn vochtig, vooral in deze tijd van het jaar. In de vallei vind je nu o.a. Parnassia, duizendguldenkruid en Duinrus. Ook vind je hier verschillende insecten zoals Bijenwolven, Libellen en ook de Rugstreeppad. Ook het Konijn en het Damhert zijn hier te vinden.





































 
In 1995 is in de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD) een grootschalige verstuiving ontstaan in het gebied van het van Limburg Stirumkanaal. Het zuidelijk deel van dit in 1883 uitgegraven extractiekanaal is in maart 1995 opgevuld met het oorspronkelijke zand, voor zover dat nog aanwezig was in “depots” die tijdens het uitgraven van het kanaal, circa 100 jaar geleden waren aangelegd.






















In 2006 is het noordelijke stuk opgevuld met zand. De situatie die na opvulling is ontstaan is voor het Nederlandse duingebied uniek.















































Daarmee kwam er een einde aan ruim een eeuw van wateronttrekking aan dit gebied. Dat was maar goed ook want de gevolgen van de wateronttrekking  waren tot op grote afstand in de duinvalleien te merken.




























De situatie die na opvulling is ontstaan is voor het Nederlandse duingebied uniek. In het gebied zijn geen verdere inrichtingsmaatregelen uitgevoerd. Alleen langs twee paden, dwars door het gebied, is voor de herkenbaarheid helm geplant. Hieronder zie je de verschillende zandlagen door de tijd heen.






Na de ingreep bleef een uitgestrekt kaal gebied achter van circa 3 km lang en 100-500 m breed. Dit gebied kon zich onder invloed van de wind vrijelijk ontwikkelen. Het eerste grootschalige verstuivingsexperiment in de Nederlandse kustduinen was een feit.

























Dergelijke experimenten zijn van groot belang, omdat hiermee ervaring opgedaan kan worden met het toelaten van grootschalige verstuivingen als middel om verjonging in het duinterrein te stimuleren en verruiging tegen te gaan.

























Zoals jullie kunnen lezen en zien is er genoeg aan variatie in dit gebied en is het zeker een bezoek waard. Alleen al het uitzicht op sommige plekken in het kanaal is de lange wandeling meer dan waard. Hieronder zie je een stukje duinkunst gemaakt door de wind en wind stond er genoeg. Op de hoge delen van het kanaal stond een harde snijdende wind en af en toe moesten we even de handschoenen aan en een muts op om de oren te beschermen.











































In dit stukje AWD kunnen we elke dag wel wandelen als het aan ons ligt. Wij hebben van deze wandeling genoten en we hopen jullie ook. Via de Haasvelderweg lopen we weer terug naar de zilk en gaan tevreden naar huis.

Iedereen nog bedankt voor de reacties op ons vorige wandeling!!
Groetjes,
Peter en Janny.



vrijdag 5 april 2013

Wandelen en Lezen in het duin

Woensdag starten we bij de ingang De Oase en lopen via het Peter en Janny pad (Het houten vlonder pad tussen de Oase en het bezoekerscentrum) naar het bezoekerscentrum. We hebben daar een ontmoeting met Linda van Waternet, het was alweer een tijd geleden dat we elkaar gesproken hadden. We drinken een bakkie thee en praten even bij over koetjes en kalfjes en andere dieren in de AWD. Heel gezellig en na een klein uurtje nemen we afscheid en gaan een paar uurtjes wandelen in het zonovergoten AWD.

Voordat we vertrekken kopen we wat honing en een exemplaar van de nieuwe editie van Lezen in het duin in het bezoekerscentrum. Het oude exemplaar stamt uit 1973 en het nieuwe boek bevat niet alleen veel info over de AWD, maar is ook rijk illustreert met prachtige nieuwe en oude foto's. Het nieuwe boek is geschreven door mevrouw Gert Baeyens (die we al eens hebben mogen ontmoeten) en Joop Mourik. Een aanrader!




De gelopen route.













Bij het Janny en Peter pad zien we het eerste damhert van vandaag. Ze ziet er goed doorvoed uit :-)
De laatste tijd lezen we op het internet veel horror stories over dode dieren in het gebied en zien we verhalen op tv van personen die de klok hebben horen luiden, maar wat moeite hebben met het vinden van de klepel. Zelf vinden wij dat Waternet het beheer over de dieren in het gebied moet uitvoeren. Zij hebben toegang tot de experts met verstand van zaken, weten het beste wat goed is voor de dieren want zij zitten er elke dag met de neus bovenop.  

















Terwijl we over het vlonderpad lopen zien we deze boomklever aan het werk.

















En dan komen we bij de in 1851 uitgegraven Oranjekom. We staan hier op de blauwe weg, langs deze weg lag begin jaren twintig van de vorige eeuw een spoorlijntje. De locomotieven met kipkarren voerde het zand af wat afkomstig was uit de Droge Kom (een stukje verderop) waar nu het vogeleiland ligt.















Ik was vergeten om de GPS aan te zetten, dus de track begint pas bij het Sprenkelkanaal waar we deze damherten aantreffen. Ze genieten lekker van de zon en liggen een beetje te herkauwen.

















We lopen dwars over het Vinkenveld, steken een betonnen toevoersloot over bij de Stort van capelle richting de Schulpendam.

























Schulpen zijn Schelpen dit heeft waarschijnlijk te maken met de karren vol met schelpen die vroeger van het strand naar het binnenland reden om hun lading daar af te leveren.
Hieronder het uitzicht vanaf de Schulpendam.


























Bij de Schulpendam komen we een medewerker van Het Waterlaboratorium tegen die even een emmertje water uit het Nieuwkanaal aan het halen is. De Waterlaboratorium medewerker heeft er geen bezwaar tegen dat we hem fotograferen tijdens zijn werk.


























Hij laat water uit de emmer in een plastic container lopen en voegt nog wat vloeistoffen toe.
In opdracht van Waternet gaat het water uit het Nieuwkanaal vervolgens naar het lab en wordt daar onderzocht op kwaliteit. Een noodzakelijk iets gezien het aantal mensen wat het water uit de AWD drinkt.

























We laten de man weer met rust terwijl hij nog een kleine container met water vult.


























We volgen de betonnen toevoersloot richting het Eiland van Rolvers. Wat is het nut van deze betonnen kanalen? Omdat men met duinwater alleen nooit aan de vraag van 70 miljoen m3 water per jaar kan voldoen, wordt er door twee vele kilometers lange waterleidingen voorgezuiverd water uit de Lek bij Nieuwegein aangevoerd. Dit water loopt via de betonnen kanalen naar het infiltratiegebied waar het langzaam in de bodem kan zakken.

Waarom betonnen kanalen? Omdat je niet wil dat het water onderweg in de grond terecht komt in een gebied waar je het water niet in de grond wilt hebben.
Twee Zaagbekken vliegen op en ik kan het mannetje nog net op tijd vastleggen in zijn vlucht.


























We zijn nu bij de toevoersloot langs het Eiland van Rolvers. Dit kanaal is niet van beton.


























Aan de rechterkant in de bosjes van Rolvers zien we een Vlaamse Gaai op zoek naar voedsel.


























Bij de rand van het Klein Zwarteveld komen we een medewerker van Waternet tegen. Hij verteld dat hij bezig is de RVS plaat in het sluisje schoon te spuiten. Dat doet hij ook in het voorjaar omdat de plaat ander bedekt wordt met algen en waterplanten,  na verloop van tijd glimt de plaat weer als een spiegel. Leuk om dat eens te kunnen bekijken.


























We lopen over de kruizing bij de Duizendmeterweg. We zien een tamme vos lopen en een mevrouw die het diertje Dikkie Dik noemt en eten in de hand heeft. Een man met een ontheffingskaart op zijn fiets zegt trots dat hij het diertje net wat lekkers heeft gegeven. Mooi he, Waternet laat je fietsen in een gebied waar dat eigenlijk niet mag en als dank verziek je de dieren.
Ergernis, en we lopen maar naar het Barnaartkanaal om even te kijken of de ijsvogel er is. Die is er niet, maar wel een prachtig uitzicht over het kanaal.


























Via de Hazenhoek lopen we naar het Middenveld waar een ijzig koude harde wind staat. Gelukkig hebben we mutsen en handschoenen bij ons, maar lekker is anders. Na een tijdje komen we op het eendenvlak en lopen van daaruit naar de Pan van de Houtpoort. Hier zien we weer een heleboel damherten in het zonnetje grazen, het is hier bijna windstil. De mutsen en handschoenen kunnen weer terug in de rugzak.


























Aan de rand van het Sprenkelbos gaan we even uitrusten op een bankje en drinken wat. Ook hier barst het van de damherten en kunnen we ze op ons gemak bekijken. na een minuut of 10 gaan we verder en zien deze vink die zich niets van ons aantrekt en op zijn gemak wat zand staat om te woelen. Ik kan redelijk dichtbij komen om deze foto te maken. :-)

























Een paar minuten later lopen we weer langs het bezoekerscentrum wat net gaat sluiten. Het valt op dat er een heleboel mannen in boswachters uniform aanwezig zijn. Misschien een vergadering?
Hoe dan ook, rond 17:17 stappen we weer in de auto en gaan we op weg naar huis. Op die vervelende wind op de open vlaktes na was het een prachtige wandeldag in de AWD.


Iedereen bedankt voor de reacties op ons vorige blogbericht.
Groet,
Peter en Janny




maandag 25 maart 2013

Het Leyduin, Vinkenduin en Woestduin.

Een paar weken geleden zijn we eens gaan kijken in het Leyduin. Het Leyduin ligt vlakbij de ingang De Oase naast de AWD, het is een klein wandelgebied waarin de natuur en een aantal oude woningen mooi samengaan.

De gelopen route.


















Wat is het Leyduin precies? Een aantal weetjes over dit gebied.
In de 16de eeuw kwamen gegoede Haarlemmers in de zomer aan de duinrand wonen. Zij bouwden daar hun hofsteden of  'plaisierplaatsjes', meestal van bescheiden omvang. In de daarop volgende twee eeuwen waren het vooral Amsterdamse kooplieden die hun veel riantere buitenverblijven in deze streek vestigden.
















Op vele plaatsen werden tuinen aangelegd, waarlangs ter beschutting tegen de zeewind een zogenaamde manteling van hoog opgaande bomen werd geplant. Vooral na 1760, toen de zogenaamde landschapsstijl overal ingang vond bij de tuinaanleg, werden werkelijke bebossingen tot stand gebracht. Deze strekten zich ook uit over de strandwallen, dus over de voormalige heide en akkers. Ze zijn nu nog te zien bij Boekenrode, Koekoeksduin, Leyduin, Vinkenduin, Woestduin,
de Hartenkamp en in het Engelse bos bij Huis te Vogelenzang.

















Bij de Amsterdamse Waterleidingduinen grenst een strook Oud Strandwallenlandschap direct aan de Jonge Duinen, bijvoorbeeld tussen de ingangen Oase en Panneland. Een fenomeen, iets wat je in andere duingebieden maar weinig ziet. De landgoederen Woestduin, Vinkenduin en Leyduin, de aangrenzende strandvlakte en de bossen rond het Huis te Vogelenzang behoren tot het oude Strandwallenlandschap.

In de tweedewereldoorlog werden in het Leyduin duitse V1 lanceerinrichtingen opgesteld.
Dat was bijvoorbeeld ook het geval in Vogelenzang, in verband hiermee werd op 19 en 20 februari 1945 de gehele bevolking van Vogelenzang geëvacueerd.

















Er leeft een kleine groep damherten in dit gebied, de vleermuis tref je hier ook aan. De vleermuizen in het Leyduin, Vinkenduin en Woestduin vliegen naar hun voedselgebied in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Tijdens deze tocht oriënteren ze zich op de met bomen omzoomde wegen zoals de Beckslaan en de Leyweg. Het is daarom heel belangrijk dat de laanbeplanting langs deze verbindingswegen van hun slaapplaats naar het voedselgebied in stand wordt gehouden.

















In 1596 wordt de hofstede verkocht door Nicolaas van der Werve aan Engeltje Huygens, weduwe van Jan Frans Sluiswachter. Vanaf 1630 werd de buitenplaats volledig eigendom van de Haarlemse burgemeester Gerard van Teylingen.
In 1752 kwam er een vinkenbaan bij (het latere 'Vinkenduin'). In 1797 werd de buitenplaats omschreven als 'een Heerenhuizing met koetshuis stalling, tuinmanswoning, wagenhuis, vinkehuis, cascade en boerenbehuizing'.
De bovengenoemde 'Heerenhuizing' werd gesloopt in december 1803. In het noordelijke gedeelte van de buitenplaats bleef de boerderij staan. Dit gedeelte werd in 1808 gekocht door David Jacob van Lennep. Tussen 1813 en 1830 werd waarschijnlijk, ter vervanging van het gesloopte herenhuis, het 'nog bestaande deels houten huis, dat aan de boerderij grenst' gebouwd.



















In 1830 erfde Anna Louise van Lennep, tweede echtgenoot van Hendrik Arnout van Lennep, de buitenplaats. In 1874 liet Hendrik Samuel van Lennep bij de cascade een nieuw huis bouwen.
In 1919 - 1920 werd het terrein van de buitenplaats in drieën gedeeld; daarbij werd 'Vinkenduin' afgesplitst. Het herenhuis Leiduin werd omstreeks 1920 gesloopt. Jacob van Lennep was overigens de grondlegger van de AWD. Zonder Jacob van Lennep zou de 11 jarige prins Willem van Oranje in 1851 waarschijnlijk niet de eerste schep in de grond hebben gestoken, en zou het uitgraven van de Oranjekom nooit plaats hebben gevonden. De AWD zou er dan nu waarschijnlijk heel anders uit hebben gezien.
De toenmalige eigenaar van het zuidelijke deel van de buitenplaats, P. Dorhout Mees, gaf na 1920 een nieuwe villa in opdracht. Deze villa werd ontworpen door de architect A. de Maaker.

















Je kunt deze Villa bezoeken als je wilt.
De bewoners op een rijtje.
voor 1596 Nicolaas van der Werve
1596 - Engeltje Huygens x Jan Frans Sluiswachter
1630 - Gerard van Teylingen
1808 - David Jacob van Lennep
1830 - Anna Louise van Lennep
1920 - P. Dorhout Mees

























Verder vind je hier nog andere mooie woningen en een prachtige stukjes bos. Wel jammer dat je af en toe het verkeer op de N206 kunt horen.































Het koetshuis op landgoed Woestduin. Piet Hulsbosch (geb. Panneland in 1862 en overleden1925) trouwde in 1899 met Geertje Langeveld (geb. Noordwijkerhout in 1866, overleden tussen 1938 en 1958) Samen gingen ze in het koetshuis op landgoed Woestduin wonen en begonnen er een melkwijk.














Aan de achterkant van het Koetshuis zie we twee damherten in de tuin staan.
  
Piet Hulsbosch woonde voordat hij met Geertje trouwde op Boerderij Panneland in de AWD. Ik heb daarvan een reconstructie gemaakt en boerderij Panneland ter illustratie weer op zijn oude plek in de AWD gezet. Hier vind je ook de bekende ijzeren ring in de boom waar vroeger de paarden aan vast werden gezet.



Vlak naast het koetshuis vind je deze heuvel, op de heuvel staat een bankje om even lekker op uit te rusten.



















Op het vinkenduin komen we een vink tegen. Hier stond vroeger ook een vinkenbaan met bijbehorend huisje. Deze is later verdwenen omdat de vangst tegen begon te vallen. Hierna is er een nieuw vinkenhuisje gebouwd vlakbij de Oranjekom in het gebied Zeerust. Dat vinkenhuisje staat er nu nog. Als je meer over het vinkenhuisje en de vinkenbaan in de AWD wilt weten, klik dan hier.

















We zijn alweer op weg naar de uitgang en daar komen we deze bizarre boom tegen.





































En als laatste een Wants (als ik het goed heb) die op een bruggetje zit te zonnen.

Het was een mooie dag en heel leuk om dit stukje natuur vlak naast de AWD eens te bekijken.
Iedereen bedankt voor de reactie's op het vorige blog bericht!!

Groet,
Janny en Peter








zaterdag 23 maart 2013

Vossen voeren, hou er mee op.

Wordt u er ook zo moe van als je mensen over de grond ziet rollen op de Duizendmeterweg met in de ene hand soms een camera en de andere hand hondenbrokken. kattenvoer, halve kippen en ander voedsel welke je eigenlijk niet aan wilde dieren zou moeten geven?
Je vind lege kattenvoer blikjes in de berm want als echte natuurliefhebber wil je deze arme uitgehongerde vosjes toch wel heel graag voeren, maar als echte natuurliefhebber laat je natuurlijk wel je bakjes en zakjes rondslingeren in de natuur.

















Is dat voeren eigenbelang zodat je jezelf een schouderklopje kunt geven en kunt laten zien hoe goed je wel voor de dieren bent? Of verziek je deze dieren zodat je een leuke foto kunt maken? Of ben je gewoon dom, wat natuurlijk ook een mogelijke optie is.
Het voeren van wilde dieren is bij wet verboden en daar is een goede reden voor. Het zijn namelijk wilde dieren en het moeten ook wilde dieren blijven. De jonge vosjes van de gevoerde ouders worden ook half tam en dat is gevaarlijk voor mens en dier.
Omdat het bij wet verboden is zou er ook handhaving van deze wet moeten zijn en die handhaving geldt niet alleen voor hongerige damherten bij het nieuwe hek, maar ook als het voeren van vossen betreft.

Hoe moeilijk is het om een einde te maken aan het voeren van de vossen? Ik dacht hierbij aan het volgende recept.

1: We nemen een 1 boswachter in burgerkleding.
2: Een compact of spiegelreflex camera.
3: We laten verschillende boswachters in burger een paar keer per week op drukke tijden rondlopen en wat plaatjes schieten bij de schuilhut aan de Duizendmeterweg.
4: We schrijven een joekel van een bekeuring uit aan iedereen die daar nietsvermoedend met eten loopt te strooien.

Het uitdelen van bekeuringen zal als een lopend vuurtje over het internet gaan.
De bekeuringen worden het gesprek van de dag op foto websites, Facebook en andere socialmedia sites. Omdat men nooit weet of een fotograaf die daar rondloopt een boswachter is of niet, zal men niet meer zo snel voeren.
    
Afgelopen week hadden we een interview met Rover de vos op een rustig plekje in de AWD. Hier is wat Rover zelf over het voeren van zijn soortgenoten te zeggen heeft.


Onzin natuurlijk want vossen praten niet.
Net zulke onzin als het voeren van dieren die dat helemaal niet nodig hebben en zichzelf uitstekend kunnen redden zonder het soort "goed bedoelende" mensen, die weinig lijken te snappen van de natuur en zijn bewoners.

is er nu wel of geen voedselprobleem in de AWD?
Nee, er is geen voedselprobleem in de AWD.
Je leest er alles over op de volgende link Faunabescherming.nl.


Groetjes van Janny en Peter.
We zien elkaar in de AWD!!