Vandaag starten we in De Zilk en beginnen aan deel V van onze serie. Voor wie de vorige delen nog niet heeft bekeken hier nog even de links naar deel
I,
II,
III en
IV. Het is lekker rustig op de parkeerplaats, maar het is dan ook vrijdagochtend 11:45. We gaan richting het eerste deel van het van Limburg Stirum vallei want in dat deel zijn we nog nooit geweest.
De GPS gebruikers kunnen de gelopen track
hier downloaden.
We beginnen op het Paardenkerkhof. Het paardenkerkhof is onderdeel van het zogenaamde strandwallenlandschap welke behoord tot de oude duinen. Deze oude duinen stabiliseerde rond het begin van de jaartellingen en is een sterk ontkalkt landschap. Je zult hier dan ook maar heel weinig duindoorn zien, want duindoorn wil graag met de wortels in kalkhoudende grond staan. Het wel of niet aanwezig zijn van kalk in de bodem is dus direct van invloed op welke soorten je aan zal treffen in het landschap.
Zo'n duizend jaar geleden is het oude duin overstoven en zijn de jonge duinen gevormd over de oude duinen. Tussen de Oranjekom en het Paardenkerkhof vind je nog het oude duin en dat is uniek te noemen want verder langs de kust vind je zo goed als geen oud duin meer aan de oppervlakte terug.
De vegetatie in het oude duin is dus ook heel erg zeldzaam.
Natuurlijk vind je hier ook heel veel verschillende insecten, zoals deze vlinder.
Het landschap van het Paardenkerkhof is behoorlijk vlak zoals je hier kunt zien. Het is lang geleden als landbouwgrond gebruikt. Op het Paardenkerkhof en in Sasbergen (zie routekaartje) hebben boerderijen gestaan en het land was verdeeld in 23 percelen. Men denkt dat de percelen werden begrenst door paarden botten in de grond te steken, dat zou de naam van dit gebied kunnen verklaren. Op Sasbergen vind je ook nog heide, iets wat ook uniek is.
Verderop zie je de lichtgroene kleur van de varen velden, deze Adelaarsvarens staan in het open veld en dat is op zich al heel zeldzaam. We zijn in heel veel bossen in Nederland geweest, maar in al die bossen vind je alleen varens in de schaduw van bomen. Links ligt het Rommelbos, zo genoemd omdat stropers hier vroeger met stokken in de konijnenholen 'rommelde' om ze zo naar de andere uitgang te jagen waar ze vervolgens in zakken gevangen werden.
Het is hier behoorlijk droog en dat is goed te zien aan de mosvegetatie. Ook kleurt het veld hier oranje door de schapengras. In het deel IV heb je al kunnen lezen dat de AWD sterk is uitgedroogd na het graven van de kanalen, maar voor die tijd was het hier zo nat dat er kleine afwateringsgeulen gegraven moesten worden om al dat water af te kunnen voeren. Dat komt nu niet meer voor, maar de geulen zijn er nog wel, een opmerkzame wandelaar zal ze net als wij nog kunnen vinden.
Ik heb de geulen hier op het kaartje getekend, zoals je kunt zien liepen de geulen uiteindelijk richting het Schrama aan de andere kant van het toen nog niet uitgegraven Oosterkanaal. Daar kwam het water samen met het geulwater van het Vogelenveld en vloeide daarna naar de Krommebeek. (zie deel IV)
De varen velden geven het landschap hier wel een heel mooi uiterlijk, vooral als je weet dat je varens in het open veld maar op een paar plaatsen in Europa tegenkomt.
We zijn hier vlakbij het zweefvliegveldje. Hier wordt de grond een stuk kalkrijker en aan het einde van dit pad zie je dus geen varens meer in het landschap.
We lopen hier vlak langs het zweefvliegveld en zien daar een bloem waarvan ik nog niet weet wat het is. Als iemand het wel weet, dan hoor ik het graag. Update: Volgens
Gonnie van der Schans is dit een, Dagkoekoeksbloem (Silene dioica syn. Melandrium rubrum) is een
tweejarige of vaste plant uit de anjerfamilie. De naam Dagkoekoeksbloem
verwijst naar het overdag openstaan van bloemen, dit in tegenstelling
van de Avondkoekoeksbloem en de Nachtkoekoeksbloem.
De tot bijna een meter hoge plant heeft van mei tot september roze,
tweehuizige bloemen met 5 diep ingesneden kroonbladen. De kelkbladen
zijn buisvormig vergroeid tot een kelkbuis. De hoofdbloeiperiode valt in
mei-juni, maar in de herfst kan een tweede bloeiperiode plaats vinden.
De vrucht is een met tanden openspringende doosvrucht. Gonnie Bedankt!!
Het zweefvliegveld was vroeger ook akker of weiland.
Net voorbij het zweefvliegveld wordt het landschap een stuk vochtiger, het feit dat ik direct naast het pad riet kan fotograferen is al een hint in die richting, net als de naam Rietkuil. Maar ook de aanwezigheid van braamstruiken wijst in die richting. Janny eet alle rijpe bramen die ze tegenkomt meteen op, dus blijft er voor de vogeltjes weinig over :-)
Bij de Ruigedel op de Halfwegseslag ziem we deze libel.
We lopen langs de Slaaibergen. het woord Slaaibergen is ontstaan doordat kustvaarders Lepelblad (ook wel Zeeradijs genoemd) gebruikte tegen scheurbuik. Het lepelblad werd in wijn of soep verwerkt en kon als sla (slaai) gesneden worden. We zien hier verschillende lagen in deze zandwal en ons oog valt op een zwarte laag halverwege de zandwal. Waarom is deze laag zo zwart? Zou hier in het verleden een duinbrand gewoed hebben? We hebben geen idee, maar misschien interessant om eens uit te zoeken als dat nog mogelijk is.
We lopen door richting het Boeveld waar het konijn heer en meester is. Dat is te zien aan de door de konijnen netjes kort gehouden grasveldjes welke je hier en daar kan zien liggen. Wat meer naar het zuiden ligt de Gijs Kokkieshoek waar mooie stuifduinen en ketelpannen liggen. Ook ligt hier het Gerrittedel, genoemd naar de schaapherder Gerrit van den Berg die zijn schapen bij het meest zuidelijke deel van het van Limburg Stirum vallei mocht laten grazen van 1898 tot 1906.
We beklimmen een hoge heuvel en zien links aan de horizon de parkeerplaats aan de Langeveldseslag liggen. Op het routekaartje is dat het grijze vlak geheel links. Iets lager zie je zand en een lichtgroene vegetatie, dat is het eerste gedeelte van het van Limburg Stirum vallei.
Hier nog even een panorama shot bestaande uit twee foto's. Als je goed kijkt dan zie je het kanaal liggen. De vegetatie ziet er daar iets anders uit.
In de vallei is de bodem hier en daar nog een beetje vochtig en hier tref je o.a. het Hooibeestje aan.
In de iets hoger gelegen stukken van de vallei tref je Strandduizendguldenkruid aan. Strandduizendguldenkruid komt vooral voor op de waddeneilanden en in het
deltagebied.
Het is een pioniersplant die goed groeit in een zoet, brak en zout
milieu en in overgangen daartussen. Strandduizendguldenkruid is dan ook
vaak op het
strand, op de grens tussen strand en
duinen
en in vochtige duinvalleien te vinden. Ook komt deze plant veel voor op
opgespoten zandvlaktes.
Ooit was duizendguldenkruid veel geld waard
omdat het werd gebruikt in de geneeskunde. De plant bloeit
uitbundig met vaak meer dan veertig bloemen per plant. De bladeren van
strandduizendguldenkruid zijn smal. Strandduizendguldenkruid komt voor
in de kuststreken langs de Oost- en Noordzee. De karakteristieke biotoop
ligt op de grens van duin en schor of vallei, dus op de grens van zout
en zoet.
In de van Limburg Stirum vallei treffen we ook paddenstoelen aan en als ik het goed heb is dit een violetbruine vezelkop. Tijdens het wandelen kijk ik op de hoogtemeter van de GPS en zie dat de paddenstoelen verdwijnen als de hoogtemeter -6 of -5 meter NAP aangeeft, zodra de hoogtemeter -7 meter aangeeft zien we weer paddenstoelen in het zand staan.
Op -7 meter is het zand vochtig en ligt het grondwater dichter bij de oppervlakte. Als ik naar het westen kijk zie ik riet en daar ligt een kleine plas. Op het routekaartje is dat te zien rechts van het woord Luchter van Luchter Zeeduinen, daar zie je een klein blauw plekje links van onze route.
Op het hoogtekaartje zie je dat het laagste punt op -10,4 meter NAP ligt in de Vallei, en het hoogste punt was de heuvel vanwaar we de panorama foto hebben gemaakt op 3,8 meter NAP. Beide punten liggen 585,14 meter van elkaar verwijderd.

Op het vochtige zand treffen we ook een Parelmoervlinder aan.
In het voormalige kanaal zien we een graafwesp met de naam Bijenwolf. Deze wesp maakt jacht op bijen en verlamd zijn prooi met zijn angel. De honingbij weert zich wel door terug te steken, maar de angel glijdt steeds weg over het gladde lichaam van de wesp.
Bijenwolven gebruiken de bijen ook om zich te voeden door met het eind van hun achterlijf de honingmaag van de bij plat te drukken, zodat er nectar uit de mond van de bij komt dat opgelikt wordt. Daarna draait ze de prooi op de rug en transporteert ze de bij met de buikzijde naar boven door de lucht naar het nest.
Wat je dus onder de wesp ziet hangen is zijn slachtoffer.
Aan de westkant van het kanaal zien we een steile zandwal waarvan ik schat dat hij een meter of 4 hoog is. Helemaal onderin bij de bodem van de vallei zien we dat het zand nog rijk aan schelpen is. Waarschijnlijk is dit het oude duin van ruim 2000 jaar geleden en vlak voordat de lagen overgaan in lichter grijs zand zien we een dikke laag met grovere schelpen. Mogelijk kon het zeewater toen nog net tot achter de duinen binnendringen en liet het de schelpenlaag hier achter, iets hoger zie je bijna geen schelpen meer. Dit punt ligt 722 meter van het strand volgens de GPS gegevens.
De vegetatie is hier heel anders doordat er diep gegraven is en de grondsamenstelling anders dan op de hoger gelegen stukken. Aangezien er geen duindoorns of liguster struiken in de vallei staan moet de grond hier kalkarmer zijn. We blijven even een halfuurtje in de vallei zitten om uitgebreid te eten en drinken. :-)
Als we over een heuveltje lopen zien we een roofvogel laag over de oever vliegen. Ik weet niet precies welke soort, maar het lijkt een Valkje of een Smelleken te zijn. De foto was niet scherp omdat ik zo snel moet reageren, dus vandaar dat ik maar niet aan het croppen ben geslagen, zo valt de onscherpte minder op :-) Update: Volgens Coby
Natuurkieker is het mogelijk een mannelijke Boomvalk. Cobu bedankt!
We verlaten de vallei en lopen over de Ruighoeker Schulpweg vlakbij het Watervlak in het bos.
De onverharde Ruighoeker Schulpweg werd voor het eerst op een topografische kaart vastgelegd in 1852, toen werd deze weg gebruikt door schelpenvissers om hun schelpen op tweewielige karren te vervoeren naar de kalkovens in Hillegom. Ik ben even zo vrij om aan te nemen dat men met Schulp de schelpen bedoelde in die tijd. Zo had je ook de Vogelenzangse Schulpweg welke voor het zelfde doeleinde werd gebruikt. Van deze weg zijn enkel nog restanten over.
In de verte (31 meter volgens de GPS) zie ik iets roods tussen het groen, het blijken een aantal Vliegenzwammen te zijn. Ook hier vinden we de Vliegenzwammen weer in een berkenbos. Berkenbossen zijn vochtig en bieden een goede omgeving voor deze zwam. De Vliegenzwam (amaniet) is trouwens lang niet zo giftig als men denkt, zijn familielid de Groene Knol amaniet is één van de giftigste Paddenstoelen ter wereld.
Op de kop van het grote vlak zien we dit vogeltje. Ik heb geprobeerd om uit te vissen tot welke soort deze vogel behoord, maar ik kon hem niet vinden in het vogelboekje van Waternet. Update: Volgens Coby
Natuurkieker is het een mannelijke Gekraagde Roodstaart. Coby bedankt!
We pauzeren hier even en genieten van het uitzicht. Je ziet meteen dat dit landschap niet op natuurlijk wijze is ontstaan, het is veel te vlak. Hier stond ook de voormalige jachtopzienerswoning Starrenbroek. Het 'broek' in Starrenbroek betekend moeras, het was hier rond 1900 hier nog zo nat dat je er niet zonder laarzen doorheen kon.
Zoals al we al eerder aangeven, zijn de AWD behoorlijk uitgedroogd na het graven van de kanalen. Hier zie je de slachtoffers van deze verdroging vlakbij het Oosterkanaal.
Als we van hieruit een stukje verder lopen komen we via het Oosterkanaal weer op het Paardenkerkhof terecht. Het was weer behoorlijk warm vandaag, maar het was zeker de moeite waard om deze route door het open land te bewandelen. De volgende keer zoeken we weer een bosroute op als het zo warm is. :-) We hopen dat we de lezers van dit blog weer een andere kijk op het wandelgebied hebben kunnen geven.
Iedereen bedankt voor de reacties op het vorige blogverhaal
Kwintelooijen.
Groet,
Peter en Janny